|
Het FWO-project over "De agro-alimentaire nijverheid in
België 1890-1980: een historisch-economische analyse" was een samenwerking tussen de werkgroep Economische Geschiedenis van het departement Economie en het Interfacultair Centrum voor Agrarische Geschiedenis (ICAG), van de KU Leuven.
Het opzet van het project was tweeledig: enerzijds het op een gedetailleerde wijze in kaart brengen van het ontwikkelingspatroon van de Belgische voedingsindustrie in een periode van modernisering, schaalvergroting en sterk wijzigende consumptiegewoonten en anderzijds het uitwerken van een sectorspecifiek analyse- en verklaringsmodel, met als brede achtergrond het concept van de voedselketen; dit is de hele weg die een product aflegt vanaf akker of weiland tot aan de consument. De verschillende stappen in dat proces zijn: landbouwproductie, verwerking, distributie en verkoop, catering en consumptie. Geen enkele van deze fasen opereert onafhankelijk van de andere, zodat belangrijke doorbraken in een bepaalde subsector grote afgeleide effecten kunnen veroorzaken. Bovendien onderging de keten tijdens de voorbij eeuw een toenemende verdichting.
De interdependentie van de verschillende schakels nam almaar toe. Er ontstond een groeiende systeemverwevenheid waarbij de activiteiten in de keten meer en meer op elkaar werden afgestemd. Centraal in het onderzoek staat de vraag waarom België niet is kunnen uitgroeien tot een speler van belang op Europees en wereldniveau, en dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zwitserland en Nederland met multinationals als
Unilever en Nestlé?
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Peter Van Der Hallen. Promotor was Erik Buyst, met als Yves Segers co-promotor.
|