|
Het FWO-project "Paradoxale landelijkheid. Ruraal wonen in Vlaanderen, 1948-1978" was een onderzoek onder begeleiding van professor Leen Van Molle (Onderzoekseenheid Geschiedenis: Moderniteit en Samenleving, 1800-2000) en co-promotoren Yves Segers (Interfacultair Centrum voor Agrarische Geschiedenis) en professor Hilde Heynen (Departement Architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening). Het onderzoek werd uitgevoerd door Rien Emmery.
De opzet van het project was een inzicht te verwerven in de manier waarop ruraal wonen in Vlaanderen tijdens de jaren 1948-1978 werd weergegeven en ervaren. De focus lag op de ontwikkeling van wonen in de rurale ruimte na de Tweede Wereldoorlog. Wat zette naoorlogse huishoudens ertoe aan het platteland als woonomgeving te verkiezen boven een stedelijke omgeving? Hoe evolueerde de inhoud van het concept
"ruraliteit" in de paradoxale setting van een verstedelijkend platteland? Het was de bedoeling de hypothese te toetsen dat bij de aantrekkingskracht van het platteland niet enkel rationele of
materiële factoren een rol speelden, maar ook het "beeld" van het plattelandsleven dat algemeen circuleerde.
Het voornemen van het onderzoek was tweeledig. Enerzijds werd op macroniveau getracht het dominante discours over ruraliteit en ruraal wonen in Vlaanderen in kaart te brengen. Hierbij werd een top down benadering gehanteerd, via een analyse van de beeldvorming over het platteland door zowel beleidsmakers, architecten en bouwpromotoren, middenveldorganisaties, drukkingsgroepen (zoals de milieubeweging) als de massamedia. Anderzijds was het de bedoeling deze onderzoeksresultaten te confronteren met het microniveau van de daadwerkelijke plattelandsbewoners, door hen te ondervragen over hun ervaringen met landelijk wonen en de invloed van ruraliteit op hun alledaagse woonpraktijken. Op die manier werd gekomen tot een veelzijdig inzicht in de naoorlogse evolutie van wonen in Vlaanderen.
|